Hieronder staat een verhaal met een uitwerking, klaar voor gebruik. Meer verhalen vind je in ons boek "Filosoferen met kinderen" of je kunt een abonnement nemen op de verhalenmail voor kinderen. Wij vragen daarvoor het symbolische bedrag van 12 euro per jaar.
De wijze poortwachter
In een oude stad hier ver vandaan werkte eens een poortwachter. Iedereen die via de poort de stad in wilde, kwam eerst de poortwachter tegen. Op een dag kwam een vreemdeling bij bij de stad aan. Hij vroeg aan de wachter: "Hoe zijn de mensen in deze stad? Ik zou hier graag willen wonen." De poortwachter zei: "Hoe waren de mensen in jouw woonplaats?"
"Ach," zei de vreemdeling, "waar ik vandaan kom zijn de mensen slecht, boos, onaardig en gemeen. De poortwachter zei: "Zo zijn ze hier ook."
Een tijd later kwam er weer een vreemdeling bij de poort van de stad aan. Hij stelde ook de vraag aan de poortwachter: "Hoe zijn de mensen in deze stad? Ik zou hier graag willen wonen." En de poortwachter stelde weer dezelfde vraag terug: "Hoe waren de mensen in jouw woonplaats?"
"Oh", zei de man, "ze zijn altijd vriendelijk en hulpvaardig geweest; wij leefden in vrede met elkaar." Toen zei de poortwachter wederom: "Zo zijn de mensen hier ook."
Een man die al die tijd in de buurt stond had de beide gesprekken gehoord. Hij vroeg de poortwachter: "Waarom vertel je twee totaal verschillende dingen over de mensen in onze stad? Tegen de een zeg je dat ze slecht en boos zijn, terwijl je tegen de anders vertelt dat iedereen hier vriendelijk en goed is.
De poortwachter antwoordde: "De mensen hier zijn goed en slecht, ze kunnen vriendelijk zijn en ze kunnen boos zijn, ze kunnen je helpen en ze kunnen gemeen tegen je doen. Dat heeft te maken met de manier waarop je zelf tegen mensen doet. Als je vriendelijk bent, zul je vriendelijkheid terug krijgen. En als je boos doet, zul je boosheid terug krijgen. Deze vreemdelingen zullen onze stad hetzelfde ervaren als hun eigen woonplaats.
Centraal thema
De invloed van jouw eigen houding en gedrag jegens anderen.
Onderliggend thema
Hoe gaan mensen met elkaar om, hoe wil je dat anderen met jou omgaan, met welke vooroordelen en verwachtingen stap je een nieuwe situatie in?
Kerndoelen:
34) Leerlingen leren zorg te dragen voor de lichamelijke en psychische gezondheid van henzelf en anderen.
35) Leerlingen leren zich redzaam te gedragen in sociaal opzicht, als verkeersdeelnemer en als consument.
37) Leerlingen leren zich te gedragen vanuit het respect voor algemeen aanvaarde normen en waarden.
Vooraf
Lees het verhaal en laat de boodschap goed tot je doordringen. Vertaal het verhaal naar situaties uit het dagelijks leven. Wat kunnen de leerlingen hiervan leren en waar zit de aansluiting bij hun leefwereld? Maak deze vertaling eerst helder voor jezelf. Misschien zijn sommige dingen moeilijk om in een keer te begrijpen voor de leerlingen, waar kun je extra uitleg geven?
Hieronder staan per bouw een aantal vragen en opdrachten binnen het thema op basis van het verhaal waarmee je met de leerlingen aan de slag kunt. Dit geeft de gelegenheid om erover na te praten, te discussiėren en te filosoferen. En het maakt een praktische vertaling.
Groep 3 en 4
De eerste man kende alleen maar boze mensen.
• Hoe zou jij het vinden als iedereen om je heen boos was?
• Doet er wel eens iemand boos tegen je? Hoe voel jij je dan?
De tweede man kende alleen maar aardige mensen.
• Hoe zou jij het vinden als iedereen om je heen aardig en vrolijk was?
• Als iemand vrolijk tegen je doet, hoe voel jij je dan?
• Hoe zou jij tegen de mensen doen als jij net in deze nieuwe stad kwam te wonen? Waarom? (Als je aardig doet en mensen helpt, doen mensen ook aardig tegen jou).
Opdracht:
Verdeel de groep in tweetallen en laat ze elkaar groeten. Begin neutraal, zonder mimiek of emotie.
Vervolgens ga je verschillende gezichtsuitdrukkingen en emoties uitproberen: laat de leerlingen elkaar groeten met een boos gezicht, met een verdrietig gezicht, met een bang gezicht, met een vriendelijk gezicht, met een super blij gezicht, etc. Eventueel kun je de leerlingen met een spiegel laten oefenen met de gezichtsuitdrukkingen.
• Wat vind je ervan als iemand boos kijkt en je groet?
• Welke expressie vind je het fijnst en waarom?
Groep 5 en 6
• Waar de eerste vreemdeling vandaan kwam, woonde alleen maar boze mensen. Zou dat echt zo zijn? Denk je dat het aan zijn eigen gedrag ligt dat andere mensen zo tegen de man doen? Waarom denk je dat?
• Dezelfde vraag kun je stellen over de tweede vreemdeling.
• Heb jij wel eens meegemaakt dat je vrolijk werd omdat iemand anders vrolijk was? Of boos? Of verdrietig? Etc. Hoe voelde dat? Waar kwam dat door denk je?
Opdacht:
Laat de leerlingen een aantal situaties bedenken en spelen waarbij je experimenteert met verschillend gedrag (en de reactie daarop van anderen).
Bijvoorbeeld: iemand botst per ongeluk tegen je op. Je kunt vriendelijk zeggen dat het niet uitmaakt, of boos worden omdat hij niet uit zijn doppen keek. Hoe is de reactie van de ander als je vriendelijk blijft en hoe is de reactie van de ander als je vriendelijk blijft?
Een ander voorbeeld: je komt een ruimte binnen waar je niemand kent. Je kunt je afzijdig houden en arrogant in de rondte kijken, of je kunt je vriendelijk voorstellen aan een aantal mensen en een sociaal gesprek beginnen. Hoe reageren nieuwe mensen op je?
Groep 7 en 8
• Begrijp je het verhaal? Wat denk je dat de portwachter bedoelt? Wat vind je daarvan?
• Heb jij wel eens meegemaakt dat je vrolijk werd omdat iemand anders vrolijk was? Of boos? Of verdrietig? Etc. Kun je een voorbeeld noemen? Hoe voelde dat? Waar kwam dat door denk je?
• Hoe doe jij zelf meestal tegen andere mensen? Is dat altijd zo? Waar ligt dan aan?
• Hoe wil jij dat andere mensen tegen jou doen? Wat zou je daar zelf aan kunnen doen?
Opdracht:
Laat de leerlingen deze week iets aardigs doen voor iemand anders. Zij kunnen iemand helpen, iemand een compliment geven, iemand uitnodigen om mee te doen met een spel, etc. Bespreek aan het einde van de week klassikaal hoe het was om aardig te doen tegen iemand anders en hoe de ander reageerde.