Verhalen vertellen als middel om te komen tot filosoferen met kinderen. Verhalen uit de hele wereld, uit alle culturen, religies, zijn een uitgangspunt om te komen tot een gesprek met kinderen over zichzelf en anderen en de wereld.
Dat kan zijn in het onderwijs, binnen de jeugdhulpverlening, thuis, of op andere plekken, waar gewerkt wordt met kinderen. Het gaat om met elkaar napraten, nadenken, vragen beantwoorden met nog meer vragen, gedachten en meningen delen, van mening verschillen, van mening veranderen. Tot leren van elkaar, groeien, wijzer worden.
Hoe het verhaal verteld wordt, is belangrijk, maar nog belangrijker is de manier, waarop het gesprek daarna verloopt. Wanneer degene, die het gesprek leidt, in zijn houding neutraal, uitnodigend is, is hij een filosoof in de letterlijke zin van het woord: een vriend van de wijsheid. De kinderen ervaren zo de ruimte voor wat ze zelf denken. In een sfeer
die veiligheid biedt en uitnodigt tot het delen van gedachten en gevoelens. Een sfeer, waarbinnen het niet gaat om het beste weten, maar om het samen zoeken. En daarbij is de inbreng van ieder kind waardevol.
Om dit proces te te ondersteunen hebben wij verhalen voorzien van een uitwerking. Onder gebruik uitwerking lees je daar meer over.
Hoe passen de verhalen bij de visie op het onderwijs van nu?
Verhalen zijn altijd verbonden geweest met het onderwijs. De inhoud en de vorm zijn voortdurend in ontwikkeling. Ook in onze tijd. Verhalen sluiten aan bij de werkelijkheid, verpakken die in een hanteerbare en volgbare vorm. Ze kunnen ingezet worden op alle kerndoelen van het onderwijs, omdat ze raakvlakken hebben met alle kerndoelen.
We beperken wij ons hier tot de kerndoelen die te maken hebben met de sociaalemotionele ontwikkeling.
Oriëntatie op jezelf en de wereld – mens en samenleving
In dit leergebied oriënteren leerlingen zich op zichzelf, op hoe mensen met elkaar omgaan, hoe ze problemen oplossen en hoe ze zin en betekenis geven aan hun bestaan. Leerlingen oriënteren zich op de natuurlijke omgeving en op verschijnselen die zich daarin voordoen. Leerlingen oriënteren zich ook op de wereld, dichtbij, veraf, toen en nu en maken daarbij gebruik van cultureel erfgoed.
Hoe passen de verhalen bij de jeugdhulpverlening?
Verhalen zijn spiegels. De dingen die kinderen erin herkennen zeggen iets over hun zelfbeeld, hun ervaringen of hun toekomstdromen. Het verhaal biedt de mogelijkheid om er eerst van een afstand naar te kijken, het gesprek dat daarna volgt, biedt de mogelijkheid om dicht bij het kind te komen. En voor het kind, om dichter bij zichzelf te komen.
Verhalen thuis, of binnen andere manieren van omgaan met kinderen.
Verhalen verbinden en bieden de kans om kinderen beter te leren kennen. Ze geven een handvat voor een goed gesprek.